+
-
ontdek waar vincent woonde & werkte
 
 

Hermans
Nuenen, Nederland

    begin augustus 1884 - 24 november 1885

De gepensioneerde goudsmid Anthonius ‘Antoon’ Petrus Hermans (1822-1897) vroeg Vincent om ontwerpen te maken voor schilderijen in de eetzaal van zijn huis aan de Keizersgracht in Eindhoven. Hermans was zeer vermogend en had zijn huis "Rust na Arbeid" laten bouwen door de bevriende architect Pierre Cuypers. Vincent was onder de indruk van hem:

“’t Is een man die ik zoo mogelijk wil te vriend houden – een gewezen goudsmid die tot 3 maal toe eene zeer aanzienlijkecollectie antiquiteiten heeft verzameld & verkocht.– Nu rijk is en een huis heeft gezet dat hij weer vol antiquiteiten heeft en meubileert met sommige heel mooie eikenhouten kasten &c. De plafonds en muren decoreert hij zelf en werkelijk goed soms.”

Zijn eetzaal had Hermans al beschilderd met twaalf panelen met bloemen, maar hij had nog zes panelen over van 60 x 150 cm, waarvoor hij Vincent vroeg. Het idee was dat Vincent het ontwerp aanleverde en dat Hermans dit vervolgens zelf kopieerde. Vincent vroeg zich hardop af:

“Maar hij wil zelf die vakken schilderen en zal dat lukken?”  

Hermans vroeg Vincent aanvankelijk om decoraties met heiligen te maken, maar Vincent deed de suggestie om in plaats daarvan zes voorstellingen uit het boerenleven te maken die de vier jaargetijden zouden symboliseren. Hermans vond het een goed idee. Na een bezoek aan zijn atelier schetste Vincent composities van een zaaier, een ploeger, een herder, een korenoogst, aardappeloogst en een ossenkar in de sneeuw. Van deze getekende schetsen maakte hij vervolgens geschilderde schetsen die hij bij Hermans afleverde. De ossenkar in de sneeuw werd uiteindelijk vervangen door een tafereel van houtsprokkelaars in de sneeuw. Vincent liet foto’s van zijn ontwerpen maken en stuurde die naar zijn vriend Anthon van Rappard en zijn broer Theo.

Vincent vond dat Hermans de schilderijen goed kopieerde, maar dat zijn kleurgebruik wel te wensen overliet. Vincent en Hermans hadden afgesproken dat Hermans de kosten voor materiaal voor de geschilderde schetsen zou dragen en dat Vincent de doeken weer terug zou krijgen nadat Hermans ze had gekopieerd. Hij kon ze daarna dan uitwerken tot volwaardige schilderijen en bleven dus Vincents eigendom. Of dit echt gebeurd is, is de vraag: Vincent schreef dat Hermans de rekeningen bij de verfwinkels nooit had betaald en dat het project dus uiteindelijk een grote financiële strop voor hem was geweest. Naast de opdracht die Vincent voor Hermans uitvoerde, gaf Vincent hem schilderles, net als aan Dimmen Gestel, Anton Kerssemakers en Willem van de Wakker.

De grote verzameling antiquiteiten van Hermans mocht Vincent gebruiken om stillevens van te maken en hij mocht de stukken eventueel meenemen naar zijn atelier. 

Verder lezen

Ton de Brouwer
Van Gogh en Nuenen
Venlo, 1984­­­­­

 
* Let op! Van Gogh Route behoudt zich het recht reacties niet te plaatsen. Onredelijke en negatieve reacties of andere reacties die niet thuis horen op de website vangoghroute zullen niet geplaatst & verwijderd worden.

Tips & Aanvullingen