+
-
ontdek waar vincent woonde & werkte
 
 

Hartsuiker
Drenthe, Nederland

  • 11 september 1883 - 2 oktober 1883

Op 11 september 1883 arriveerde Vincent in Hoogeveen. Voor f 1,- per dag vond hij onderdak niet ver van het station van Hoogeveen bij logementhouder Albertus Hartsuiker (1827 - 1902), diens vrouw Catharina Beukema (1835-1908) en hun drie kinderen. Het logement had een grote ‘gelagkamer’(deel van de herberg waar de gasten konden zitten), stal, achterzolder en een tuin. Vincent kreeg de achterzolder als atelier en mocht zijn spullen op zolder laten liggen als hij op pad zou zijn.

Vincent verkende in de periode die hij in Hoogeveen zat de omgeving: Stuifzand, Zwartschaap, Pesse en later Tiendeveen, Nieuweroord en Nieuwelande. Het landschap met turf en heide, de armoedige onderkomens (de oudere huizen en plaggenhutten), de met turf beladen trekschuiten en ook de (arme) bevolking en de zware leefomstandigheden waarin zij verkeerden trokken zijn aandacht en dienden tot onderwerp in zijn werk. Zijn enthousiasme hierover klonk door in zijn brieven:

“Ik zag superbe figuuren buiten – treffend door een expressie van soberheid.”

Er zijn uit de tijd dat Vincent in Hoogeveen verbleef geen geschilderde figuurstudies en weinig tekeningen van figuren bekend. Hij ondervond dat de lokale bevolking niet wilde poseren met omstanders erbij, waardoor een fatsoenlijk atelier wenselijk was. Helaas ontbrak het Vincent aan licht en ruimte op de zolder bij Hartsuiker. Hij besefte dat hij een betere ruimte nodig zou hebben, wilde hij hierin slagen.

Vanuit Den Haag had Vincent het een en ander aan schildergerei meegenomen, maar al snel raakte hij door deze voorraad heen. Omdat hij in Hoogeveen niet aan nieuw materiaal kon komen, liet hij dit aanleveren via Furnée, de verfleverancier die hij nog uit Den Haag kende. Maar nadat ook dit op was sloeg zijn stemming om:

“En als ik mijn boeltje aanzie, het is te armzalig, te ontoereikend, te zeer uitgeput. Wij hebben hier mistroostige regendagen en als ik op het hoekje zolder kom waar ik mij geinstalleerd heb zoo is het daar al merkwaardig melankoliek – met het licht van één enkele glazen dakpan dat valt op een leege schilderkist, op een bos penseelen waar ’t haar weinig meer van deugt, enfin het is zóó curieus melankoliek dat gelukkig het ook een genoegzaam komiek aspect heeft om er niet over te schreijen maar het vroolijker op te vatten.”

Vincents nieuwsgierigheid naar de veenderijen en heide was al bij aankomst in Drenthe gewekt en het plan was dan ook om meer van de omgeving te verkennen. Met het geld dat hij van Theo en zijn vader ontving, schafte Vincent nieuw materiaal aan en kon hij na twee weken in Hoogeveen te zijn geweest zijn tocht oostwaarts Drenthe in realiseren en vertrok hij naar Nieuw-Amsterdam.  

Verder lezen

Wout J. Dijk en Meent W. van der Sluis
De Drentse tijd van Vincent van Gogh 1883
Groningen, 2001

 
* Let op! Van Gogh Route behoudt zich het recht reacties niet te plaatsen. Onredelijke en negatieve reacties of andere reacties die niet thuis horen op de website vangoghroute zullen niet geplaatst & verwijderd worden.

Tips & Aanvullingen