+
-
ontdek waar vincent woonde & werkte
 
 

Schenkweg 136
Den Haag, Nederland

  • 4 juli 1882 - 11 september 1883

Toen Vincent eind 1881 na een ruzie met zijn ouders in Den Haag was aangekomen vond hij binnen een week een atelierwoning aan de Schenkweg 138. Dat pand werd echter al snel te klein voor hem, omdat hij een relatie had gekregen met de zwangere prostituee Clasina Maria ‘Sien’ Hoornik (1850-1904) met wie hij plande te gaan samenwonen. Daarnaast was de woning gammel, waardoor Vincent het plan opvatte om te verhuizen naar het naastgelegen pand op Schenkweg 136.  

Op 1 mei 1882 schreef hij zijn broer Theo:

“‘t atelier is grooter dan ’t mijne, ’t licht zeer goed. Er is een zolder geheel met planken beschoten zoodat men de pannen niet ziet. enorm groot, waar men nog zooveel kamers kan afschieten (en ik heb de schotten er voor) als men maar wil. Huurprijs fl. 12.50 per maand, een sterk goedgebouwd huis doch het doet niet meer omdat het ‘maar op den Schenkweg’ staat en daar de rijke huurders niet komen die de eigenaar wel wachtte. Ik zou er zeer veel zin in hebben, en de eigenaar zou mij er wel in willen hebben en heeft er mij ’t eerst over gesproken en toen ben ik gaan zien.”

Vincent was als beginnend kunstenaar financieel afhankelijk van zijn broer Theo en daarom moest hij zijn goedkeuring hebben om het naastgelegen pand te huren. De huur was namelijk 5,5 gulden hoger dan op nummer 138. Omdat Vincent het als een kans beschouwde dat de naastgelegen woning vrij kwam zat hij achter het antwoord van zijn broer aan:  

“Het huis waarover ik U schreef staat nu te huur en ik ben bang het weg zal zijn als ik er niet spoedig bij ben. Reden te meer waarom ik uitzie naar Uw brief.”

Theo verhoogde zijn maandelijkse bijdrage aan Vincent naar honderdvijftig francs (ongeveer vijfenzeventig gulden). In juli had Vincent, die net ontslagen was uit het ziekenhuis met behulp van zijn nieuwe huisbaas al zijn spullen weten te verhuizen en kon hij tevreden rondkijken in zijn nieuwe vertrek:

"Het atelier ziet er zoo echt uit dunkt mij – effen grijsbruin behangsel, geschrobde planken vloer, neteldoek op latten gespannen voor de ramen, alles helder. En natuurlijk de studies aan den muur, een ezel aan iederen kant en een groote withouten werktafel. Dan sluit aan ’t atelier een soort alkoof waar de teekenplanken, portefeuilles, doozen, stokken &c. staan & waar ook al de prenten liggen. En in den hoek een kast met al de potjes en flesschen en verder al mijn boeken. Dan het huiskamertje met een tafel, eenige keukenstoelen, een petroleumstel, een grooten rieten leuningstoel voor de vrouw in ’t hoekje bij het raam dat op die U uit de teekening bekende werf en weilanden uitziet, en daarnaast een klein ijzer wiegje met een groen wiegekleed."

Ondanks de maandelijkse bijdrage van zijn broer zou Vincent zijn huur vermoedelijk nog weleens betalen met een tekening, omdat zijn geld al op was.

Het werken in het atelier ging goed. Vincent tekende er studies naar model, gezichten uit zijn raam, stadsgezichten en grotere uitgewerkte stukken. Zijn meest gewillige model was zijn vriendin Sien, die altijd geduld had om voor Vincent model te staan en die ook goed met Vincents knorrige buien kon omgaan. Het enige nadeel dat Vincent aan de atelierwoning ervoer was dat hij moeite had om de lichtval in zijn atelier te controleren. Vooral bij het modeltekenen had hij daar last van. Mensen die er in een steeg bij wijze van spreken nog mooi uitzagen, veranderden in het licht van zijn atelier direct in minder interessante gedaantes, wat Vincent betreurde. Hij bedacht daarom begin 1883 een slim systeem van vier luiken die los van elkaar open en dicht konden. Op de luiken spande hij doek waardoor het voor hem mogelijk was om de lichtinval op zijn modellen te beheersen door meer of minder licht van boven of onderen in te laten vallen.

Vincent bleef tot het einde van zijn verblijf in Den Haag (11 september 1883) in dit atelier op de Schenkweg wonen en werken.

Verder lezen

Teun Berserik en Feico Hoekstra
Vincent van Gogh: de vroege jaren (stripboek)

Amsterdam, 2012

F. Leeman en J. Sillevis
De Haagse School en de jonge Van Gogh

Zwolle, 2005

In de voetsporen van Van Gogh
Wandeling bij De Haagse School en de jonge Van Gogh
Gemeentemuseum Den Haag, 2005

Michiel van der Mast en Charles Dumas
Van Gogh en Den Haag

Zwolle, 1990

Jan Meyers
De jonge Vincent: jaren van vervoering en vernedering

Amsterdam, 1989

 

 
* Let op! Van Gogh Route behoudt zich het recht reacties niet te plaatsen. Onredelijke en negatieve reacties of andere reacties die niet thuis horen op de website vangoghroute zullen niet geplaatst & verwijderd worden.

Tips & Aanvullingen