+
-
ontdek waar vincent woonde & werkte
 
 

Goupil & Cie
Den Haag, Nederland

  • 30 juli 1869 - 10 mei 1873

Vincent werkte tussen 30 juli 1869 en 10 mei 1873 als jongste bediende bij de Haagse vestiging van de internationale kunsthandel Goupil & Cie. Goupil (opgericht in 1829) was destijds een van de bekendste kunst- en prentenhandels van Europa en had een hoofdkantoor in Parijs en vestigingen in Londen, Brussel, Den Haag, Berlijn en New York. De Haagse branche werd in 1861 geopend aan Plaats 14 en dankt zijn oorsprong aan Vincents oom ‘Cent’ (Vincent van Gogh, 1820 – 1888).

Oom Cent was kunsthandelaar en -verzamelaar. Sinds 1840 had hij een eigen winkel met teken- en schildersbenodigdheden in Spuistraat 55 in Den Haag. In de loop van de tijd handelde hij steeds meer in eigentijdse Hollandse en Franse schilderkunst. Sinds 1846 deed hij al zaken met Adolphe Goupil, de oprichter van Goupil & Cie. In 1858 verhuisde oom Cent naar Parijs en woonde daar boven de Parijse vestiging van de kunsthandel. Cent werd gevraagd om vennoot van de firma te worden en trad uiteindelijk in 1861 toe. Zijn voorraad werd door Goupil overgenomen en de kunsthandel vestigde zich aan Plaats 14. In 1878 trok Cent zich terug uit de firma, maar de Haagse branche van Goupil bleef nog bestaan tot 1917. In 1875 verhuisde de kunsthandel naar Plaats nummer 20 en in 1884 werd de naam gewijzigd naar Boussod, Valadon & Cie. 

Vincent kon in 1869 als jongste bediende bij firma Goupil & Cie beginnen op voorspraak van zijn oom Cent. Als jongste bediende in de zaak moest Vincent inpakken, uitpakken, foto’s en etsen met vloeipapier beleggen en helpen bij het kisten van schilderijen. Hij maakte lange dagen, had het druk en naar zijn zin. Toen zijn broer Theo in 1873 bij Goupil in Brussel ging werken feliciteerde hij hem dan ook met zijn aanstelling bij deze ‘mooie zaak’. Hij schreef zijn broer:

"Ik ben toch zoo blij dat je ook in deze zaak zijt. Het is zoo’n prachtige zaak, hoe langer men er in is hoe meer ambitie krijgt men er in."

De aanstelling van Theo bij Goupil betekende het bescheiden begin van de later intensieve briefwisseling tussen Vincent en Theo.

Dat Vincents enthousiasme voor zijn vak niet onopgemerkt bleef blijkt uit het feit dat zijn chef Herman Gijsbert (H.G.) Tersteeg vader Van Gogh schreef dat “liefhebbers, kopers en schilders en allen die de zaak bezochten, zo graag met Vincent van doen hadden en dat hij het zeker ver zal brengen.” Ook kreeg Vincent opslag. Aanvankelijk verdiende hij 30 gulden per maand, een bedrag waar hij zijn pension bij de familie Roos net niet van kon betalen. In 1872 kreeg hij loonsverhoging van maar liefst 10 gulden. Later kreeg hij nog eens opslag van 10 gulden, zodat hij uiteindelijk 50 gulden per maand verdiende. Met dat bedrag hoopte hij voor zichzelf te kunnen zorgen.

Toch werd Vincent in 1873 overgeplaatst naar het filiaal in Londen, waar Goupil geen toonzaal, maar alleen een magazijn had. Vincents werkzaamheden zouden daardoor een stuk minder spannend zijn dan in Den Haag. Hij schreef zijn broer:

"Het gaat mij hier all right, ik heb een prettig te huis & al is de zaak niet zoo opwekkend als die in den Haag."  

Enkele maanden na Vincents overplaatsing naar Londen kwam zijn broer Theo vanuit Brussel in het Haagse filiaal werken. 

Verder lezen

Teun Berserik en Feico Hoekstra
Vincent van Gogh: de vroege jaren (stripboek)

Amsterdam, 2012

F. Leeman en J. Sillevis
De Haagse School en de jonge Van Gogh

Zwolle, 2005

In de voetsporen van Van Gogh
Wandeling bij De Haagse School en de jonge Van Gogh
Gemeentemuseum Den Haag, 2005

Michiel van der Mast en Charles Dumas
Van Gogh en Den Haag

Zwolle, 1990

Jan Meyers
De jonge Vincent: jaren van vervoering en vernedering

Amsterdam, 1989

 

 
* Let op! Van Gogh Route behoudt zich het recht reacties niet te plaatsen. Onredelijke en negatieve reacties of andere reacties die niet thuis horen op de website vangoghroute zullen niet geplaatst & verwijderd worden.

Tips & Aanvullingen