+
-
ontdek waar vincent woonde & werkte
 
 

Saint-Paul-de-Mausole
Saint-Rémy, Frankrijk

  • 8 mei 1889 - 16 mei 1890

Op 8 mei 1889 kwam Vincent aan in Saint-Rémy-de-Provence om zich daar vrijwillig te laten opnemen in de psychiatrische inrichting Saint-Paul-de-Mausole, gevestigd in een klooster. Sinds december 1888 had hij een aantal ernstige psychische crisissen gehad en hij vond het voor zijn eigen rust en die van anderen belangrijk om opgenomen te worden. Hij genoot een goede behandeling van zijn arts Théophile Peyron, die ervan overtuigd was dat Vincent geen psychische aandoening had maar leed aan epileptische aanvallen. Onderdeel van zijn behandeling was dat hij twee maal per week twee uur in wisselend hete en koude baden moest; in de negentiende eeuw werd deze zogenaamde hydrotherapie regelmatig gebruikt voor geesteszieken.

Een groot aantal kamers in de inrichting stond leeg en zodoende kreeg Vincent een extra kamer in gebruik als atelier. Hij schreef zijn broer Theo:


“Ik heb een klein kamertje met groengrijs behang en twee watergroene gordijnen met een dessin van heel bleke rozen, verlevendigd met fijne bloedrode lijnen. Die gordijnen, waarschijnlijk een nalatenschap van een geruïneerde en overleden rijke man, zijn heel aardig van dessin. Van dezelfde herkomst is waarschijnlijk een erg versleten fauteuil met een gevlekte bekleding à la Diaz of à la Monticelli, roodbruin, roze, crème-wit, zwart, vergeet-mij-nietblauw en flessengroen. Door het venster met ijzeren tralies ervoor kan ik een ommuurd korenveld zien, een vergezicht als van Van Goyen, waarboven ik ’s morgens de zon in zijn volle glorie zie opkomen.”

Hoewel Vincent als voorwaarde voor zijn opname had gesteld dat hij buiten de inrichting zou mogen werken, bleek hij daar de eerste weken van zijn verblijf helemaal geen behoefte aan te hebben. Hij had genoeg aan het uitzicht vanuit zijn slaapkamer en de tuin van de inrichting. Zijn drukke bezigheden vormden een groot contrast met de andere patiënten die Vincent “stumpers die absoluut niets doen” noemde.

Hij hield contact met Paul Gauguin, Émile Bernard en met zijn broer Theo en bleef zodoende op de hoogte van ontwikkelingen in de kunstwereld en correspondeerde uitvoerig met hen over zijn werk. Ook hield hij contact met zijn vrienden Roulin en de familie Ginoux. Na enkele weken kreeg hij verlof om ook buiten de inrichting te werken en waagde hij het erop ook de omgeving in te trekken en buiten te schilderen. Hij was productief en stuurde veel van zijn werk naar Theo, die zeer enthousiast was over wat hij maakte.

Half juli kreeg Vincent weer een aanval. Omdat hij daarna weinig lust voelde om naar buiten te gaan, maakte hij in zijn atelier kopieën naar werken van door hem bewonderde meesters zoals Jean-François Millet, Rembrandt en Eugène Delacroix. Ook maakte hij zelfportretten en nam hij studies die hij eerder had gemaakt weer onder handen.

Eind december kreeg Vincent opnieuw een aanval waarbij hij volledig buiten zichzelf raakte: hij wist niet wat hij deed, at vuil van de grond op en probeerde zichzelf te vergiftigen door verf en lampolie in te nemen. De aanvallen betekenden dat Vincent vaak lange tijd niet kon werken. In februari en maart leed hij opnieuw aan een psychische crisis. Hij besloot dat het tijd was om naar het noorden van Frankrijk te vertrekken om zo te ontsnappen aan het klimaat en de andere psychiatrische patiënten in Saint-Paul-de-Mausole. Hij werd genezen verklaard door dokter Peyron en op 16 mei 1890 vertrok hij naar Auvers-sur-Oise waar hij onder het toeziend oog van een andere arts weer op zichzelf kon gaan wonen.

Verder lezen

Ronald Pickvance
Van Gogh in Saint-Rémy and Auvers
New York, 1986

Marije Vellekoop, Roelie Zwikker
Vincent van Gogh, tekeningen, deel 4: Arles, Saint-Rémy, Auvers-sur-Oise
Amsterdam, 2007

 
* Let op! Van Gogh Route behoudt zich het recht reacties niet te plaatsen. Onredelijke en negatieve reacties of andere reacties die niet thuis horen op de website vangoghroute zullen niet geplaatst & verwijderd worden.

Tips & Aanvullingen